ALLES NOG EVEN OP EEN RIJ

Jouw leerkaart.

Pak deze erbij om te herhalen. Probeer de stappen eerst zelf te vertellen en kijk daarna pas.

DE KAPSTOK VAN JE SCHOOLBLAD

Eerst waarnemen. Dan onderzoeken.

  1. •
    WaarnemenWat valt je op?
  2. 1
    OnderzoeksvraagWat wil je uitzoeken?
  3. 2
    AchtergrondonderzoekWat is al bekend?
  4. 3
    HypotheseWat verwacht je, en waarom?
  5. 4
    VariabelenWat verander, meet en behoud je?
  6. 5
    MethodeHoe ga je het uitvoeren?
  7. 6
    MaterialenWat heb je nodig?
  8. 7
    GegevensverzamelingWat neem je waar of meet je?
  9. 8
    AnalyseWelk patroon zie je?
  10. 9
    ConclusieWelk antwoord past bij de data?
  11. 10
    EvaluatieWat kan beter? Deel en herhaal.

Ik verander.
Ik meet.
Ik houd gelijk.

Veranderen: tekeningen wel of niet.
Meten: juiste woorden tellen.
Gelijk: woorden, tijden en instructies.

Een verwachting is geen uitkomst.

Je conclusie moet passen bij je gegevens. Ook als je iets anders had verwacht.

Groep ≠ afspraak

Controlegroep: alleen woorden.
Constante variabele: beide groepen leren 60 seconden.

Gemiddelde: tel de scores op en deel door het aantal kinderen. (4 + 5 + 6) ÷ 3 = 5. Kijk ook naar de losse scores. Onze gegevens zijn verzonnen om mee te oefenen.

WOORDEN DIE JE TEGENKOMT

Even opzoeken.

Observatie/waarneming
Wat je vaststelt met je zintuigen of apparatuur
Onderzoeksvraag
Wat je met je onderzoek wilt uitzoeken
Achtergrondonderzoek/literatuuronderzoek
Opzoeken wat al bekend is en waarop dat is gebaseerd
Hypothese
Een onderbouwde, toetsbare verwachting of mogelijke verklaring
Onafhankelijke variabele
Wat je bewust verandert in deze proef
Afhankelijke variabele
Wat je meet of observeert als resultaat
Constante variabele
Wat je in deze proef gelijk houdt
Controlegroep
De groep waarmee we vergelijken; hier de kinderen die alleen woorden leren
Onderzoeksgroep
De groep met de onderzochte toevoeging; hier tekeningen bij dezelfde woorden
Methode
Hoe je de proef stap voor stap uitvoert
Materialen/opstelling
Wat je nodig hebt en hoe je het neerzet
Gegevens/data
Wat je tijdens de proef verzamelt
Kwantitatief
Uitgedrukt als aantallen of gemeten hoeveelheden
Kwalitatief
Beschreven met eigenschappen, zoals kleur of vorm
Analyse
Gegevens bekijken en bewerken om patronen te vinden
Gemiddelde
De som van de getallen gedeeld door het aantal getallen
Statistiek
Manieren om gegevens samen te vatten en te onderzoeken; hier oefenen we een gemiddelde
Grafiek
Een afbeelding waarmee je gegevens kunt vergelijken
Conclusie
Antwoord op de onderzoeksvraag, onderbouwd met gegevens
Evaluatie
Nagaan wat goed ging en wat beter kan aan het onderzoek
Peerreview
Andere deskundigen kijken kritisch naar onderzoek
Reproduceerbaar
In de schoolbetekenis: de proef is opnieuw uitvoerbaar en vergelijkbare resultaten kunnen worden onderzocht
Verklaring
Een mogelijk antwoord op de vraag waardoor iets gebeurt.
Meetinstrument
Een hulpmiddel waarmee je iets meet.
Toetsbaar
Je kunt onderzoeken of gegevens bij de verwachting passen.
Onderbouwd
Je geeft een reden die steunt op kennis of waarnemingen.
Verwachting
Wat je vooraf denkt dat zal gebeuren.
Telregel
De vooraf afgesproken manier waarop je antwoorden meetelt.
Herhaling
Het onderzoek opnieuw uitvoeren om resultaten te vergelijken.
Tabel
Een overzicht van gegevens in rijen en kolommen.
Aantal
Hoeveel dingen je hebt geteld.
Eenheid
Waarin je een hoeveelheid uitdrukt, zoals seconden of centimeters.
As
Een lijn met labels of een schaal in een grafiek.
Ondersteunen
De gegevens passen bij een hypothese. Dat bewijst haar niet voor altijd.
Onderbouwing
De gegevens of redenen waarmee je een uitspraak uitlegt.
Beperking
Iets waardoor je conclusie niet zomaar voor alle situaties geldt.
Labverslag
Een beschrijving van je hele onderzoek, van observatie tot evaluatie.
Bron
Waar informatie vandaan komt, zoals een boek, website of deskundige.
Deskundige
Iemand met passende kennis over het onderwerp.
Variabele
Een kenmerk dat kan verschillen. In de proef geef je het een rol: veranderen, meten of gelijk houden.
HERKEN DE HULPMIDDELEN

Apparatuur van je schoolblad

Microscoop
Heel kleine details bekijken
Telescoop
Verre voorwerpen bekijken
Stethoscoop
Bijvoorbeeld lichaamsgeluiden beluisteren
Oscilloscoop
Elektrische signalen zichtbaar maken; geluid vraagt een geschikte sensor
Thermometer
Temperatuur meten
Lintmeter
Lengte of afstand meten
Seismometer
Grondtrillingen meten
Gasmeter of gassensor
Een gasmeting; wat precies hangt af van het toestel
Indicator
Een eigenschap zichtbaar maken, bijvoorbeeld met kleur
Timer
Een afgesproken tijd bewaken in onze proef

Proef nooit onbekende labstoffen. Volg de veiligheidsafspraken van je leerkracht.